Want / omdat

iDevice-pictogram Invuloefening

Vul in: want of omdat

Ik ga naar de dokter, ik ben ziek.

Zij heeft het warm, ze koorts heeft.

Mijn been is gebroken, ik ben gevallen met de fiets.

Mijn zoon komt twee dagen niet naar school, hij griep heeft.

Ik moet overgeven, ik heb buikgriep.

Mijn hoofd doet pijn, er is veel lawaai in de klas.

De baby slaapt veel, hij moe is.

Mijn man ligt in het ziekenhuis, hij met de auto gebotst is.